1. Realistisch spel

Als trainingsacteur ben ik in staat om geloofwaardig verschillende soorten gedrag neer te zetten.

2. Interactief spel

Mijn gedrag als trainingsacteur is beïnvloedbaar. Ik reageer áltijd op het gedrag van de deelnemer. Dat betekent dat wanneer de deelnemer ander gedrag laat zien, ook mijn gedrag als trainingsacteur zal veranderen. Hierdoor ervaart de deelnemer direct het effect van zijn of haar eigen gedrag.

3. Afstemming op de deelnemer

Als trainingsacteur doseer ik mijn gedrag en pas dit aan op de deelnemer met wie ik de praktijksimulatie / oefening doe. Ofwel: ik lever altijd maatwerk en zal daarom bij iedere oefening gedrag laten zien dat past bij de deelnemer die ik tegenover me heb.

4. Effectieve feedback

Als trainingsacteur ben ik gewend om tijdens het acteren tegelijkertijd ook te observeren. Tijdens het spelen van de situatie bekijk ik deze als het ware ook vanuit een helikopterview. Hierdoor kan ik na afloop feedback geven. Dit doe ik aan de hand van het concreet benoemen van het gedrag van de deelnemer, welk gevoel / welke indruk, gedachten ik daarbij heb en welk effect dit op me heeft.

5. Bekendheid met de trainingsmethodieken en werkvormen

Als trainingsacteur zorg ik ervoor dat ik op de hoogte ben van de leerdoelen van de training. Hierdoor kan ik tijdens het rollenspel gewenst gedrag ‘belonen’. Ook kan ik mijn feedback aan laten sluiten bij de leerdoelen van de training. Daarnaast kan ik meedenken over de invulling van de training en passende werkvormen en leuke en effectieve oefeningen aandragen.

Uiteraard is het in een training ook mogelijk om de deelnemers met elkaar laten oefenen, dus wat is nu precies de meerwaarde van werken met een trainingsacteur?

Voor deelnemers is vaak lastiger om geloofwaardig spel neer te zetten. Zij zijn meestal niet gewend om (op deze manier) te acteren en hebben vaak de neiging gedrag uit te vergroten. Reageren op het gedrag van de deelnemer en hier in meegaan is voor deelnemers veel moeilijker. Zij zijn vaak voornamelijk bezig met het zo goed mogelijk spelen van de rol die ze hebben gekregen en gaan hier dan zo in op, dat ze vrijwel geen oog hebben voor het gedrag van de ander en veranderingen minder goed opmerken. Het goed afstemmen op de andere deelnemer kan ook heel lastig zijn wanneer deelnemers met elkaar gaan oefenen omdat vaak allerlei belangen een rol spelen: ze willen het de ander bijvoorbeeld niet te moeilijk maken, of ze willen aan de trainer laten zien hoe ontzettend moeilijk bepaalde situaties in de praktijk zijn en laten juist heel lastig gedrag zien. Omdat deelnemers over het algemeen niet gewend zijn tegelijkertijd te acteren en te observeren, zijn ze na afloop vaak niet goed in staat zijn om gerichte feedback te geven. Ten slotte kan een deelnemer minder goed op de leerdoelen gerichte feedback geven, hij is immers zelf deelnemer en is dus niet of minder goed bekend met de leerdoelen van de training.